In de natuur eten dieren planten en andere dieren. Al die verbindingen samen noemen we een voedselweb.
Wie eet wie? Bouw het voedselweb.
Een wolf staat niet los van de rest van de natuur. Prooidieren, planten, aaseters en opruimers zijn met elkaar verbonden.
Wie eet wie in de natuur?
Een ree eet planten. Een wolf kan een ree eten. Wat de wolf overlaat, is weer eten voor andere dieren, zoals raven en insecten.
Wat een wolf overlaat, geeft nog veel andere dieren te eten.
In de natuur hebben veel planten en dieren invloed op elkaar. De wolf doet dat dus niet alleen.
Wie eet de resten van een ree die een wolf heeft gegeten?
Andere dieren, zoals raven en insecten.
Wout laat zien welke verbindingen daarbij horen.
Wolven eten vooral wilde hoefdieren zoals reeën. Resten van prooien kunnen daarna voedsel zijn voor aaseters en kleinere organismen. Dat betekent niet dat ieder effect overal even groot is. Ecosystemen bestaan uit veel factoren tegelijk.
Een voedselweb heeft veel routes
Een ree kan planten eten en zelf prooi worden. Een raaf kan insecten eten, maar ook van een karkas profiteren. Insecten en micro-organismen breken resten verder af. Daarom is een voedselweb realistischer dan één rechte lijn van plant naar ree naar wolf.
Een karkas stopt niet bij de wolf
Na een prooi kunnen resten beschikbaar blijven voor aaseters en opruimers. Voedingsstoffen komen uiteindelijk weer in bodem en planten terecht. Een prooirest is dus niet alleen “afval”, maar kan onderdeel worden van veel andere voedselrelaties.
Ecologie is geen dominospel met één uitkomst
Een roofdier kan invloed hebben op aantallen en gedrag van prooidieren, maar ook klimaat, voedsel, jacht, verkeer, ziekten en menselijk beheer spelen mee. Daarom is de zin “de wolf brengt de natuur vanzelf in balans” te simpel. Onderzoekers kijken naar meerdere oorzaken tegelijk.
Kun je een tweede route bedenken vanaf planten? Bijvoorbeeld plant → ree → wolf, maar ook plant → insect → vogel. Zodra routes elkaar kruisen, krijg je een web.

